Burgers



Historie van Burgers fietsen
1869: De smid Henricus Burgers uit Deventer richt de "Eerste Nederlandsche Fabriek van Vélocipèden" op en wordt daarmee de vader van de Nederlandse rijwielindustrie. In ca. 1875 is een echte fabriek met stoomgedreven machines voor de productie gereed. Burgers heeft de eerste 15 jaar lang geen binnenlandse concurrent van formaat. 1892: Burgers moet zijn fabriek uitbreiden.

1897: De Burgers Acatène is de eerste cardanfiets op de markt. Peugeot volgt nog in hetzelfde jaar, Columbia een jaar later. Burgers maakt de meeste onderdelen zelf, inclusief banden, velgen, spaken en zadels. 1900: Burgers behaalt op de Parijse wereldtentoonstelling een zilveren medaille met de – voor zover bekend – eerste Nederlandse vouwfiets, een voor de strijdkrachten ontworpen constructie van luitenant Van Wagtendonk.

In hetzelfde jaar komt Burgers met een spieloze trapas. Latere innovaties van Burgers zijn wat betreft onderdelen ondermeer een eigen balhoofd-constructie, een verlengd voorspatbord en een vaste rem op de stande achtervork. Burgers is ook de eerste fabriek die alle rijwielen met kettingkast aflevert.

1903: Op 1 januari, zijn zestigste verjaardag, overlijdt Henricus Burgers.

1909: Gerard W.J. Kilsdonk wordt tot directeur benoemd en vervult deze functie voor de komende 36 jaar. Hij is een even dynamische ondernemer als Burgers het was. Tegelijkertijd wordt hij als zeer autoritair bestempeld.

1928: Burgers breidt uit en bouwt tegenover het oude gebouw een tweede fabriek. Ook in Roermond wordt een fabriek geopend. 1931: Burgers stelt als eerste Nederlandse rijwielfabriek een rijwiel met hulpmotor voor.

Vanaf de jaren dertig verkoopt Burgers ook rijwielen onder de merken Padvinder, Riche en New Elswick. Onder invloed van de economische crisis is de concurrentie in de jaren dertig hevig, en Burgers moet zijn vooraanstaande positie onder de Nederlandse fietsfabrikanten met meer andere bedrijven delen dan in de bloeitijd rond 1900. Maar Burgers speelt tot het begin van de oorlog nog steeds mee aan de top.

Met het einde van de oorlog begint de geleidelijke ondergang van Burgers. Directeur Kilsdonk is NSBer en wordt met de bevrijding in april 1945 gearresteert. Hij keert niet terug in de onderneming. Burgers komt onder beheer van de overheid en mist daarmee - vleugellam - de belangrijke naoorlogse opstartperiode. Bij de introductie van de bromfiets en van de moderne sportfietsmodellen hollt Burgers achter de feiten aan.

Eind 1949 wordt ir. Albert de Geus tot technisch directeur benoemd. Hij is enthousiast maar heeft in zijn werk weinig geluk. Zo wordt bijvoorbeeld de in 1952 geïntroduceerde "Fluisterfiets", een speciale, geluidsarme bromfiets, wegens technische problemen al na enkele maanden weer van de markt genomen.

In de komende periode werken twee krachten in de leiding van Burgers elkaar tegen: aan de ene kant de gedreven directeur De Geus, die in de levensvatbaarheid van het bedrijf met zijn grote reputatie gelooft, aan de andere kant de commissarissen, die van mening zijn dat het belang van de aandeelhouders beter gediend is als Burgers fuseert of geliquideerd wordt.

In 1961 is het zo ver. Burgers staat er slecht voor: de productie bedraagt nog maar zo'n 15.000 fietsen per jaar en ook financieel is het bedrijf in de jaren vijftig gekrompen. Zonder medeweten van de directeur bieden de commissarissen de onderneming te koop aan aan Rijwielfabriek M. Pon uit Amersfoort. De aandeelhouders van Burgers stemmen ermee in en directeur De Geus wordt ontslagen.

Pon is weliswaar een oud merk maar heeft in de fietsenmarkt geen grote naam en is derhalve vooral met de merkrechten van Burgers gebaat. Gerrit Pon liquideert dan ook het bedrijf en verkoopt onder andere delen ervan aan Juncker in Apeldoorn.

Nadat in de jaren tachtig na het faillissement van Pon ook Union het merk Burgers heeft gevoerd, worden de Burgers-fietsen sinds 1992 door de firma WSB in Drachten geproduceerd.